Tom Cesar Wolf

Op de keukentafel ligt een schrift ter grootte van mijn hand, waarin staan opgetekend; de werkuren en zondagen, baten en uitgaven. Op zolder echter ligt een vel papier, zonder kant noch rand, onbereisd, een blad uit een boek zonder kop noch kaft…

… en nog vóór zondagnacht, verschuift altijd moeizaam het wonderbaarlijke naar het alledaagse, herschikt zich nog een keer een lange zin, bedenk ik vlug een naam voor wat ik zie. Een potloodveld.